Dyslexieonderzoek vergoed?!

Gepubliceerd op 20-09-2011

In januari 2009 is de vergoedingsregeling voor de diagnostiek en behandeling van kinderen met ernstige dyslexie in werking getreden. Dit roept zowel bij ouders als bij scholen veel vragen op.

door Marzenka Rolak

Welke kinderen komen nu wel voor vergoeding in aanmerking en welke niet? Wie bepaalt dat? Hoe gaat de aanmelding in zijn werk? Wat moet een school hiervoor doen? Welke wegen kun je bewandelen als een kind niet in aanmerking komt voor vergoeding? Dit artikel geeft antwoord op deze vragen.

Welke kinderen komen in aanmerking voor de vergoedingsregeling?
1. Criterium leeftijd
Kinderen die in 2012 7, 8, 9, 10 of 11 jaar oud zijn. Voor 2013 geldt de regeling voor kinderen in de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar.
2. Criterium achterstand
Kinderen die op minimaal drie achtereenvolgende metingen tot de zwakste tien procent lezers behoren (E-scores op de Drie Minuten Toets) OF tot de zwaktse 16% lezers én de zwakste 10% spellers (D-scores op de Drie Minuten Toets en E-scores op de SVS of CITO Spelling toetsen). Kinderen die alleen uitvallen op spelling komen niet in aanmerking voor vergoeding.
3. Criterium hardnekkigheid
Kinderen die vijftien tot twintig weken (volgens een handelingsplan) extra begeleid zijn op school bij lezen en/of spellen, zonder het gewenste resultaat. Dat wil zeggen dat ondanks extra begeleiding de achterstand ten opzichte van leeftijdgenoten verder toeneemt.
4. Criterium enkelvoudige dyslexie
Kinderen met enkelvoudige dyslexie hebben ernstige lees- en spellingproblemen, maar geen andere stoornissen zoals ADHD of autisme.

Wie bepaalt of een kind in aanmerking komt voor de vergoedingsregeling?
De dyslexiedeskundige (GZ-psycholoog, orthopeda-goog-generalist of kinder- en jeugd psycholoog) bepaalt aan de hand van het door school aan te leveren leerlingdossier of een leerling in aanmerking komt voor vergoeding. Dat doet hij aan de hand van de volgende stappen:
1. Hij bepaalt of het leerlingdossier op orde is en of het vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie is onderbouwd. Als het leerlingdossier niet op orde is, worden ouders terugverwezen naar de school.
2. Hij voert het dyslexieonderzoek uit. Indien sprake is van dyslexie, krijgt de leerling een dyslexieverklaring.
3. Hij bepaalt of een behandeling nodig is. Indien de deskundige van mening is dat  behandeling nodig is, wordt ook de behandeling vergoed.
4. Hij onderzoekt of er geen bijkomende stoornissen zijn. Als bijkomende stoornissen worden geconstateerd, wordt de diagnostiek wel vergoed, maar de behandeling niet.
De zorgverzekeraars bepalen vaak bij wie of onder welke voorwaarden het onderzoek vergoed wordt. Omdat veel verzekeraars zelf contracten hebben afgesloten met orthopedagogen en psychologen, is het handig dat ouders vooraf hun zorgverzekeraar
raadplegen.

Wat moet de school hiervoor doen en wat zijn de eisen die aan school gesteld worden?
In het kader van passend onderwijs wordt verwacht dat scholen een continuüm van zorg realiseren voor alle kinderen. Dus ook voor kinderen met dyslexie. Elke school heeft een flyer van het 'Masterplan Dyslexie' ontvangen, waarop staat aangegeven welke stappen de school kan nemen om een kind met ernstige lees- en
spellingproblemen te helpen. In het kort komt het hierop neer:

  • Niveau 1: Goed leesonderwijs in klassenverband, inzet Protocol Leesproblemen en Dyslexie.
  • Niveau 2: Extra zorg binnen de groep door de groepsleerkracht voor zwakste 25 procent (leerlingen met D en E-scores op DMT en/of SVS), inzet Protocol Leesproblemen en Dyslexie.
  • Niveau 3: Specifieke interventies uitgevoerd en/of ondersteund door zorgspecialisten in de school bij zwakste tien procent die onvoldoende profiteren van extra instructie binnen de groep. Voorbeelden zijn Connect, Ralfi en Radslag.
  •  Niveau 4: Ongeveer drie è vier procent van deze leerlingen profiteert ook onvoldoende van de specifieke interventies. Voor deze kinderen wordt het leerlingdossier opgesteld en overhandigd aan ouders. Ouders benaderen een dyslexiespecialist naar keuze.

Het belangrijkste dat in het leerlingdossier aanwezig moet zijn, is een onderbouwing van de eerder genoemde criteria achterstand en hardnekkigheid. Oftewel ernstige enkelvoudig dyslexie. Dat betekent dat er minimaal het volgende meegeleverd moet worden:
> Een uitdraai uit het LVS. Naast niveauscores ook ruwe scores meeleveren.
> Handelingsplannen waarin staat wat het doel, de inhoud en de duur van de begeleiding is.
> Resultaten van de extra begeleiding, afgezet tegen de beginsituatie.
Op de website van het Masterplan Dyslexie staat een format voor het leerlingdossier dat eventueel gebruikt kan worden. Het Masterplan heeft hier ook een handleiding bij ontwikkeld.

Wat zijn de mogelijkheden voor kinderen die niet in aanmerking komen voor de vergoedingsregeling?
Over het algemeen is het zo dat als leerlingen afvallen op basis van het criterium leeftijd of het criterium enkelvoudige dyslexie, ouders het onderzoek zelf
moeten betalen. Prijzen van dyslexieonderzoek variëren tussen de € 600
en € 1.500. Voor een deel hangen deze verschillen samen met het wel of niet uitvoeren van een intelligentieonderzoek.
Volgens de richtlijnen van de CVZ, die voor de vergoede diagnostiek gelden, moet er wel een intelligentieonderzoek uitgevoerd worden. Echter volgens de richtlijnen van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN) is intelligentieonderzoek niet nodig om dyslexie vast te stellen. Belangrijk is dus dat ouders nagaan of en er wel of geen  intelligentieonderzoek wordt uitgevoerd en of ze dat wel of niet wensen.

Daarnaast is er een aantal andere mogelijkheden om ouders tegemoet te komen in de kosten:
> Bij een breder scala aan problemen waarbij niet direct gedacht wordt aan dyslexie, kan gebruikt gemaakt worden van de 'eerstelijns psychologische zorg'. Standaard zitten vijf consulten in de basisverzekering en deze consulten mogen zowel voor diagnostiek als voor behandeling gebruikt worden.
> Kinderen met ADHD, PDD-NOS of een andere psychiatrische stoornis kunnen in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget (PGB). Vanuit dit budget kan
zowel behandeling als diagnostiek bekostigd worden. De regionale oudervereniging voor kinderen met een psychiatrische stoornis (platform 'Voor elkaar') kan ouders
ondersteunen bij de aanvraag hiervan.
> Als ouders de kosten van diagnose en behandeling van dyslexie door hun inkomen niet kunnen betalen, dan kunnen zij bij de gemeente een verzoek indienen voor
vergoeding uit de bijzondere bijstand. Bijzondere bijstand kan aangevraagd worden bij de gemeente, afdeling sociale zaken.
Hulpmiddelen
Vanaf 2009 bestaat voor de aanschaf van dyslexie-hulpmiddelen de mogelijkheid de kosten van de belasting af te trekken, door gebruik te maken van de regeling aftrek van specifieke zorgkosten. Het gaat om hulpmiddelen die speciaal voor mensen met een functiebeperking zijn ontwikkeld, zoals de daisyspeler, de ReadingPen en softwareprogramma's als Kurzweil, Sprint en Tutor. Deze hulpmiddelen moeten wel in
het dyslexieverslag als advies zijn opgenomen.

Bronnen en meer informatie
Voor dit artikel is gebruik gemaakt van informatie op diverse websites. Voor meer informatie kunt u daarom kijken op: www.steunpuntdyslexie.nl , www.masterplandyslexie.nl en www.stichting-voorelkaar.nl

Terug naar het overzicht

Drs. Marzenka RolakHet Dyslexie Centrum Rotterdam is opgericht in 2008 door drs. Marzenka Rolak. Zij is orthopedagoog-generalist en is gespecialiseerd in leerproblemen in het algemeen en dyslexie in het bijzonder. Voordat ze haar eigen praktijk begon heeft ze... Lees verder...

Klachten
De medewerkers van Dyslexie Centrum Rotterdam zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). Dat betekent dat wij werken volgens bepaalde afspraken die de beroepsgroep gemaakt heeft. Deze afspraken gaan over eerlijkheid, openheid en vertrouwen. Voor uitgebreide informatie zie http://www.nvo.nl/beroepscode/de_beroepscode_van_de_nvo.aspx

 

Waar mensen met elkaar werken, kunnen echter ook misverstanden ontstaan. Als u het met bepaalde zaken niet eens bent, of u bent ontevreden, laat het ons dan weten. Een rechtstreeks gesprek met de behandelende orthopedagoog is vaak de snelste weg tot een oplossing. Heeft dit niet het gewenste resultaat, dan kunt u contact opnemen met de NVO.

 

De Raad van Toezicht van het NVO behandelt uw klacht. Kijk op http://www.nvo.nl/beroepscode/reglement_klachtbehandeling.aspx of neem contact op met het secretariaat, elke werkdag bereikbaar op nummer 030 - 232 24 07.